Kwetsuur
Maagzweren (EGUS)
Komt voor bij
Deze rassen worden relatief vaak met Maagzweren (EGUS) geassocieerd.
Quick-Scan: Wat ziet de eigenaar in de praktijk?
- Verminderde eetlust of merkbaar langzamer eten
- Doffe vacht en een matige lichaamsconditie, ondanks een schijnbaar toereikend rantsoen
- Tandenknarsen en ander subtiel pijngedrag, met name kort na het eten
- Terugkerende, milde koliekverschijnselen zonder duidelijke aanleiding
- Onverklaarbaar mindere prestaties of tegenzin om te werken, met name bij het aangorden
Pathofysiologie: Wat gebeurt er biologisch/veterinair van binnen?
Maagzweren bij het paard vallen onder de verzamelterm Equine Gastric Ulcer Syndrome (EGUS), die twee wezenlijk verschillende aandoeningen omvat. In het klierloze (squameuze) bovendeel van de maag ontbreekt de beschermende slijm-bicarbonaatlaag die het onderliggende, klierrijke deel wél heeft — dit gebied is normaliter beschermd doordat paarden van nature vrijwel de hele dag grazen, met een gestage speekselproductie die de maagzuurgraad buffert. Beperkte weidegang, lange periodes zonder ruwvoer en grote, zetmeelrijke krachtvoergiften verstoren dat natuurlijke ritme: de zuurproductie blijft onverminderd doorgaan terwijl de bufferende speekselaanmaak terugvalt, waardoor het klierloze slijmvlies langdurig aan maagzuur, galzuren en pepsine wordt blootgesteld. Dit leidt tot equine squameuze maagaandoening (ESGD), de meest voorkomende vorm.
De klierrijke variant, equine glandulaire maagaandoening (EGGD), is veterinair minder goed doorgrond: hier lijkt niet zozeer overmatige zuurblootstelling de hoofdoorzaak, maar eerder een falen van de beschermende slijmvliesbarrière zelf. EGGD hangt sterker samen met managementgerelateerde stressfactoren — enkele stalling, veel wisselende verzorgers, intensieve trainingsschema's — dan met voeding alleen, en reageert bovendien minder voorspelbaar op standaard zuurremmende behandeling dan ESGD. Omdat beide vormen qua verschijnselen sterk overlappen maar een verschillende aanpak vereisen, is gastroscopie (maagonderzoek met een endoscoop) de enige manier om de diagnose en het type met zekerheid vast te stellen.
Management & Rantsoen
- Bel de dierenarts bij aanhoudende eetlustvermindering, gewichtsverlies of terugkerende koliekverschijnselen — alleen een gastroscopie stelt de diagnose en het type (ESGD/EGGD) met zekerheid vast
- Zorg voor vrijwel continue ruwvoertoegang; laat het paard nooit langer dan enkele uren zonder ruwvoer, zeker niet rond training, transport of wedstrijden
- Beperk het zetmeel- en suikeraandeel per voermoment: houd ruwvoer onder 10% suiker + zetmeel en krachtvoer/balancer op maximaal 10-12% aan, verdeeld over meerdere kleine porties in plaats van één grote krachtvoergift
- Geef voorafgaand aan training of transport een kleine portie ruwvoer, bij voorkeur luzerne, vanwege het bufferende effect van het hogere calcium- en eiwitgehalte op de maagzuurgraad
- Beperk waar mogelijk managementgerelateerde stressfactoren zoals enkele stalling, veelvuldig wisselende verzorgers en te intensieve trainingsschema's — vooral relevant bij de klierrijke vorm (EGGD)
- Volg een door de dierenarts voorgeschreven zuurremmende behandeling volledig af, ook als de symptomen al verminderen: voortijdig stoppen vergroot de kans op terugkeer
Dit is algemene informatie, geen diagnose of medisch advies. Raadpleeg bij gezondheidsklachten altijd een dierenarts.